Terwijl transfersommen (ondanks de financiële malaise) de pan uit rijzen, kunnen (amateur)clubs hiervan profiteren. Sinds enkele jaren heeft de KNVB regelgeving een vergoeding voor clubs die een betaald voetbal speler hebben opgeleid. Over welke bedragen praten we eigenlijk? Wat zijn die regels van de KNVB? En hoe zijn de ervaringen in Salland?

Wanneer heb je als (amateur)club recht op ‘opleidingsgeld’ van een Betaald Voetbal Organisatie (BVO)?
Voor de duidelijkheid: er zijn twee soorten vergoedingen waar een (amateur)club aanspraak op kan maken, wanneer een opgeleide jeugdspeler in het betaalde voetbal een contract tekent of een transfer maakt. Er is namelijk een opleidingsvergoeding en een solidariteitsvergoeding.

Opleidingsvergoeding
De opgeleide speler heeft vijf bindende wedstrijden gespeeld voor zijn BVO, voor het einde van het seizoen waarin de speler 22 jaar wordt. Of de speler heeft een officieel spelerscontract gesloten met deze BVO (voor het einde van het seizoen waarin de speler 22 jaar is geworden).
Voor ieder opleidingsjaar kan een vergoeding van 1355 euro per opleidingsjaar worden gerekend. De periode waarin een jeugdspeler tot zijn 9e levensjaar heeft gevoetbald geldt als één opleidingsjaar. Alle jaren daarna tot en met zijn 20e levensjaar worden elk jaar als 1 opleidingsjaar geteld.  Als een opleidingsvergoeding eenmaal is betaald, komt deze verplichting bij een eventuele volgende overgang te vervallen.

Solidariteitsvergoeding

Wanneer een BVO een speler tijdens zijn contractperiode verkoopt aan een andere BVO, dan wordt er door de ‘kopende’ BVO een transfersom voor betaald. Er is een solidariteitsvergoeding van 5% van de totale transfersom voor de (amateur)club(s) waar deze speler tussen zijn 12e en 23e jaar als lid actief is geweest.  Per levensjaar wordt hier een verdeling gemaakt (meestal 10% per jaar) van de totale solidariteitsvergoeding. Een club die een speler heeft opgeleid kan bij iedere transfer die wordt gemaakt, aanspraak maken op de solidariteitsvergoeding.

Wie betaalt wanneer?
Zowel een opleidingsvergoeding als een solidariteitsvergoeding dienen binnen 30 dagen te worden voldaan nadat het contract bij de speler zijn club is getekend. Opmerkelijk: mocht een BVO  dit niet kunnen betalen, dan schiet de KNVB het bedrag voor en vordert dit later terug bij de betreffende BVO.

Dirk Kuijt-tribune
Knap interessant dus, zo lang mogelijk goede jeugdspelers behouden bij een club. Dat moeten ze zeker bij Quick Boys in Katwijk hebben gedacht. Hun jeugdspeler Dirk Kuijt speelde daar tot zijn 17e. Vervolgens tekende Kuijt een contract bij FC Utrecht. Quick Boys ontving een opleidingsvergoeding. Daarna tekende Kuijt bij Feyenoord. FC Utrecht ontving hiervoor één miljoen euro. Quick Boys ontving hiervoor ongeveer 25.000 euro als solidariteitsvergoeding. Vanaf Feyenoord volgde een overgang naar FC Liverpool, dat ongeveer 15 miljoen euro betaalde . Quick Boys liftte lekker mee op de transfer, het ontving hiervoor ongeveer 400.000 euro solidariteitsvergoeding. Daar liet men in Katwijk een prachtige nieuwe tribune voor bouwen. U raadt het al: de Dirk Kuijt-tribune. Niet zo gek dat de tribune die naam kreeg, hij heeft hem immers ‘zelf betaald’.    

Maar hoe zit het in Salland?
Spelers die op dit moment vanuit buurtclubs (omgeving Raalte) het betaalde voetbal hebben gehaald zijn net niet op één hand te tellen. Dit zijn Etienne Reijnen (AZ), Niels Wellenberg (NEC), Nick Marsman (FC Twente) en Leon ter Wielen (FC Zwolle). Zij kwamen allen in hun jeugdjaren meerdere seizoenen uit voor Rohda Raalte. Daarnaast zijn er nog Maikel Kieftenbeld (FC Groningen) die in de jeugd van VV Lemelerveld speelde en Joran Pot (FC Zwolle) die oorspronkelijk van VV Heino komt. We spreken nu alleen over de spelers die ook echt bij een eerste selectie van een BVO spelen.

Hebben de penningmeesters van Rohda Raalte en VV Lemelerveld al hun hand op kunnen houden richting BVO’s?
Penningmeester Tom Wichink Kruit reageert namens Rohda Raalte: “De solidariteitsvergoeding heeft niet veel geld in het laatje gebracht. De afgelopen drie jaar ongeveer 500 euro. De meeste jongens waren reeds in de opleiding van een BVO voor hun 12e levensjaar. De opleidingsvergoedingen hebben vanaf het seizoen 2007-2008 totaal 20.000 euro opgeleverd voor Rohda. Vanuit Rohda geven wij gebruikelijk geen bedragen per speler weer.”

Voorzitter René Jansen reageert namens VV Lemelerveld: “Voor Maikel Kieftenbeld hebben we inderdaad een vergoeding ontvangen van Go Ahead Eagles. We hebben het aantal jaren dat hij nog bij onze vereniging op de ledenlijst stond, moeten doorgeven om de uiteindelijke vergoeding bepaald te krijgen. Maikel heeft tot de eerstejaars D-jeugd bij ons gevoetbald. Daarna is hij vertrokken naar de jeugd van FC Twente, waarna hij doorgroeide bij Go Ahead Eagles en daar zijn eerste profcontract tekende. We hebben echter pas een opleidingsvergoeding ontvangen toen Maikel naar FC Groningen vertrok. Aan deze overgang hing ook een transfersom, maar omdat Maikel vanaf zijn twaalfde jaar al voor FC Twente voetbalde konden we hier niet in meedelen (middels de solidariteitsvergoeding, red.). In totaal hebben we voor hem een mooi bedrag als opleidingsvergoeding ontvangen. Over de hoogte van het bedrag doen we naar onze eigen leden niet geheimzinnig, maar het lijkt me in het openbaar niet veel toevoegen.”

VV Lemelerveld is zelf achter deze opleidingsvergoeding aan gegaan. Het had in principe al recht op een opleidingsvergoeding toen Maikel Kieftenbeld zijn eerste profcontract bij Go Ahead Eagles had getekend. Het loont voor clubs om scherp en alert te zijn op deze mogelijke opleidingsvergoedingen. BVO’s houden het in ieder geval niet voor u in de gaten!

In onderstaande link het officiële document van de KNVB omtrent wetgeving voor opleidingsvergoedingen.
Zie specifieke bepalingen op blz.75 tm 79.

reglementenbundel Bond 04-07-2011 def[1]