28 juli 2012 Lees Meer →

WDHP (6): Hoe was het op je werk?

Alle betaald voetbalclubs zijn momenteel weer een tijdje in voorbereiding op de competitie. Iedere club bereidt zich verschillend voor op de seizoensoeveture. Zo ging FC Groningen naar Zuid-Korea voor maar liefst twee (commerciële) oefenwedstrijden. PSV vliegt eventjes op en neer voor een toernooitje in Polen. PEC Zwolle zit een paar dagen in Venlo en GA Eagles doet het nog gekker, men verblijft in Epe.

Als gemiddelde amateurspeler heb ik kunnen ervaren hoe het is om tegen een BVO (Betaald Voetbal Organisatie) te mogen spelen in de voorbereiding. Reuzeleuk en motiverend om te doen, maar hoe zou dit zijn voor de spelers van BVO’s? Na een weekje training op bezoek moeten bij de plaatselijke eerste elftalspelers. Een team(pje) van elf spelers die de hele dag in de bouw, achter het bureau of in de schoolbanken hebben gezeten en ’s avonds proberen om de score zo laag mogelijk te laten uitvallen.

Misschien denk ik er teveel over na, maar voor spelers die (zwaar) betaald worden om te trainen en eenmaal per week de plaggen uit gras te lopen, moet de voorbereiding de meest confronterende periode met de maatschappij zijn. Er zijn nu niet alleen de supporters, die altijd denken dat ze het beter kunnen, maar de spelers van de tegenpartij behoren ook opeens tot deze groep ‘criticasters’. Wint men met 0-10 of meer bij de plaatselijke sportclub dan zegt niemand iets. Mocht het verschil niet groter zijn dan vijf doelpunten dan heeft men het sowieso slecht gedaan. Met welk gevoel start je als betaald voetballer zo’n wedstrijd?

Een goede binnenkomer in de eerste minuten, tijdens een corner, zou zijn om te vragen aan zo’n amateurspelertje: “Zo jongen, hoe was het op je werk?” Als fanatiek amateurvoetballer en bedrijfsleider van een bouwmarkt zou je gevat kunnen antwoorden: “Ik heb eigenlijk alle aparaten vandaag in de winkel gezien, behalve de schaafmachine, daar laat ik jou zometeen mee kennismaken!” Of de net iets te dikke keeper kun je ook even prikkelen: “Hej Keepertje, is je shirtje gekrompen in de was?”

De jongens van Sportclub Spaarnwoude en al die andere verenigingen die tegen een BVO spelen had je niet beter kunnen motiveren. Uitslagen als een 0-2 of 1-3 overwinning zijn dan het maximale voor de betaald voetballers. Telkens lopen ze tegen een harde ‘muur’ van verdedigers die het niet schromen iets meer te raken dan alleen de bal. Zodat ‘meneertje betaaldvoetbal’ thuiskomt na deze deceptie en z’n vrouw vraagt: “En … hoe was het op je werk?”

‘Wie de handschoen past’ (WDHP) is een driewekelijkse column over voetbal in Salland en verre omstreken. Uitgave 6 (juli 2012)

 

 

Reageren?