13 maart 2012 Lees Meer →

Veel minder jongeren wachten op jeugdzorg in Overijssel

(foto gedeputeerde Bert Boerman)

Het aantal jongeren in Overijssel dat langer dan negen weken wacht op passende jeugdzorg is het afgelopen jaar sterk gedaald. Op 1 maart jongstleden wachtten nog 65 kinderen in Overijssel op jeugdzorg. Dat is volgens gedeputeerde Bert Boerman (Ruimte, water en jeugdzorg) voor een belangrijk deel het gevolg van de andere wijze van financiering van de jeugdzorg die de provincie Overijssel heeft ingevoerd.

“Vorig jaar hebben we als provincie een andere manier van financiering afgesproken met de jeugdzorginstellingen. Vanaf 2011 krijgen aanbieders per afgerond zorgtraject een vast bedrag uitgekeerd. Dit bedrag is gebaseerd op ervaringscijfers en gemiddelden van alle jeugdzorgtrajecten, kort en langlopend.”

Overijssel is de eerste en tot dusver enige provincie die op deze wijze jeugdzorgtrajecten financiert. Na ruim een jaar ervaring met de nieuwe werkwijze laten de cijfers zien dat de verwachte effecten optreden en de wachtlijsten teruglopen. Op 1 juli 2010 wachtten er 169 kinderen in Overijssel langer dan negen weken op jeugdzorg. Een jaar later waren dat er 153, op 1 december 2011 nog 109 en op 1 maart jongstleden stonden er nog 65 kinderen op de wachtlijst.

Volgens de gedeputeerde worden zorgaanbieders met deze wezenlijk andere financieringswijze geprikkeld om jongeren sneller uit te laten stromen. “De instellingen krijgen niet meer geld als ze jongeren langer in zorg houden. Dat bevordert de doorstroming in de zorg, waardoor minder jongeren hoeven te wachten en de wachttijd na de indicatiestelling door Bureau Jeugdzorg afneemt. Dat is belangrijk, want iedere jongere die langer dan negen weken moet wachten is er een teveel. De cijfers laten zien dat het werkt, zonder dat de kwaliteit van de zorg in het geding komt. Vanaf de zomer van 2011 zien we dat het aantal jongeren dat wacht op passende zorg in Overijssel snel terugloopt.”

Vandaag verscheen een rapport van de gezamenlijke Rekenkamers over de wijze waarop provincies aan het rijk rapporteren over de wachtlijsten en het aantal jongeren dat onverantwoord moet wachten op jeugdzorg. Bert Boerman: “Ik herken me niet in de conclusies van het Rekenkameronderzoek. Dat stelt afspraken ter discussie die de provincies met het rijk gemaakt hebben. Bovendien gaat het rapport in op de cijfers in 2010. De situatie in Overijssel was toen inderdaad niet gunstig en ook niet wezenlijk anders dan in andere provincies. Dat was voor ons juist aanleiding om een andere werkwijze in te voeren. En dat werkt, zo blijkt.”

Gedeputeerde Staten hebben naar aanleiding van het onderzoek van de Rekenkamers al in 2011 scherpere afspraken gemaakt met Bureau Jeugdzorg over het toezicht. De provincie wil sneller worden geïnformeerd over de gevallen waarin een reële kans bestaat dat er een onverantwoorde situatie kan ontstaan als jongeren langer moeten wachten. Overigens kunnen kinderen in crisissituaties altijd binnen 24 uur rekenen op hulp.

Reageren?